Blije berberapen op Werelddierendag Aanbevolen

Zondag 4 oktober is het Werelddierendag. Dé dag waarop extra aandacht besteed wordt aan de dieren. Extra aandacht die de familie berberapen, in 2019 opgevangen in een gloednieuw verblijf in ZOO Planckendael, dubbel en dik verdient. De groep vertoont namelijk hetzelfde gedrag als in de natuur. Dat blijkt uit maandenlange nauwgezette observaties en wetenschappelijke analyses. De dieren kwamen uit een illegaal kweekcentrum in Polen.

In 2019 adopteerde ZOO Planckendael een familie berberapen. De zeven geelbruine apen namen hun intrek in een nieuw verblijf, helemaal in Marokkaanse sferen.  De apen werden in 2017 in Polen gered uit een illegaal kweekcentrum. Zo kwamen ze bij stichting AAP en daarna bij het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek terecht. Zij zochten een goede opvang voor de dieren in nood en vonden deze in ZOO Planckendael. ZOO Planckendael neemt deel aan het Europese kweekprogramma voor de bedreigde soort.

Berberapen leven in het Atlasgebergte in Noord-Afrika (Marokko en Algerije) tot op 2.000 meter hoogte. Er zijn nog maar zo’n 10.000 dieren over. De laatste 30 jaar is hun aantal met 65% afgenomen. Niet alleen wordt hun leefgebied door de mens ingepalmd, de dieren worden ook illegaal verhandeld als huisdier. Ook in Europa. Als de eigenaar ze niet meer wil, komen ze vaak in opvangcentra terecht of in dit geval in illegale kweekcentra.

ZOO Planckendael wilde - naast het opvangen - ook weten hoe de dieren het stelden na hun nare ervaringen in het illegale Poolse kweekcentrum. De groep dieren leefde er in erbarmelijke omstandigheden en in slechte verblijven. De wetenschappers van het Centre for Research and Conservation (CRC), het wetenschappelijk onderzoekscentrum van ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael, kwamen tot de conclusie dat ze zich gedragen zoals ze dat in de natuur zouden doen. Dit is een teken dat zij zich in hun nieuwe thuis prima op hun gemak voelen.

Sociale interactie in kaart brengen

De groep berberapen bestaat uit 3 mannen en 4 vrouwen. In totaal werd het gedrag van de dieren ruim 166 uur geobserveerd en gedocumenteerd. Hiervoor werd gebruik gemaakt van een tablet met gestandaardiseerde digitale observatieprotocollen in ‘ZooMonitor’, een geavanceerde webapplicatie om diergedrag te observeren, te noteren en te analyseren. “Hiermee kun je bijvoorbeeld noteren welke gedragingen elk individueel dier vertoont, op welk moment, welke dieren interacties hebben met elkaar en waar ze zich bevinden”, legt Marina Salas uit, dierenwelzijnswetenschapper bij ZOO Antwerpen en ZOO Planckendael. “Zo kan je een bepaald dier selecteren en aangeven of het aan het klimmen of aan het eten, aan het spelen of zelfs aan het slapen is. Hun sociale interacties kunnen onderzocht worden door gedetailleerd te noteren hoe de dieren met elkaar omgaan. Zulke sociale interacties geven een heel goede indicatie in hoeverre de dieren zich al dan niet op hun gemak voelen in de nieuwe situatie.”

Elke observatiesessie van het gedrag van één dier duurde vijftien minuten. “Daarnaast maakten we elke vijf minuten scans waarbij we twee dingen noteren: de onderlinge afstanden tussen de dieren en de exacte plaats waar ze zich bevonden in het verblijf”, legt Salas uit. “Bij primaten geeft de afstand waarop ze zich van elkaar bevinden veel prijs. Hun exacte locatie in het verblijf werd via een tablet vastgelegd op een interactieve kaart.”

 

Weinig agressie

De wetenschappers ontdekten dat de dieren voldoende ruimte en genoeg mogelijkheden hebben om natuurlijk gedrag te ontwikkelen. “Eigenlijk is hun vertoonde gedrag meer dan positief. Zo vlooien ze bijvoorbeeld heel erg vaak, er is weinig agressie, ze zijn actief en er werd veel speelgedrag gezien. Allemaal goede tekens”, zegt Salas. “De notities op de interactieve kaart werden omgezet in een ‘heatmap’ waarop we aan de hand van kleurschakeringen kunnen zien waar de dieren de meeste tijd doorbrengen. Deze kaart en de gedragsobservaties stellen ons in staat om te bepalen of de dieren het verblijf optimaal gebruiken. Bovendien geef het ons de mogelijkheid om in te schatten wat er zou gebeuren mocht de groep in de toekomst uitbreiden, waardoor de sociale relaties wijzigen. Bij problemen kunnen we dan een beroep doen op onze eerder vastgelegde observaties en ervaringen.”

Salas zegt erg tevreden te zijn met de resultaten van de studie. “We wisten eigenlijk niet wat we konden verwachten, zowel de dieren als hun verblijf waren nieuw voor ons. Het is belangrijk om het welzijn van de dieren op een objectieve manier in kaart te brengen. Vooral wanneer ze in een nieuw verblijf komen, is het van het grootste belang om aan de hand van objectieve wetenschappelijke informatie meer inzicht te krijgen in hun gedrag, hoe ze gebruik maken van het verblijf en hun algemeen welbevinden. We zijn heel erg blij dat de dieren het zo goed doen.”